De tien meest gestelde vragen
Samenwerken in clusters, wat gaat dat allemaal betekenen? Hieronder de tien meest gestelde vragen en hun antwoorden. Staat de jouwe er niet tussen. Kijk op MijnIdB voor het complete overzicht.
In de zorg zijn er clusters gevormd, gericht op meer samenwerking tussen de teams: meer voor elkaar klaar staan en samen dingen oppakken. En ook: het bouwen van een gezamenlijk dienstenpatroon. Hoe jullie die samenwerking vormgeven en hoe vaak, in welke groepen en op welke momenten je gaat werken bespreek je in alle teams samen. De uitkomst kan dus per medewerker verschillen. Het doel is om ervoor te zorgen dat er altijd goede zorg en ondersteuning komt voor de cliënt, op de momenten dat dat nodig is. En dan het liefst door ‘vaste gezichten’, en dus met zo weinig mogelijk invalkrachten.
De clusters zijn gevormd (op een paar na), je weet dus al met wie jij en je team gaan samenwerken. Er zijn startgesprekken geweest met managers, behandelcoördinatoren, gedragskundigen en een aantal begeleiders E. Daar is gekeken hoe de samenwerking in het cluster eruit kan zien, breng vooral je eigen ideeën in! Je kan eigenlijk al meteen beginnen met samenwerken. Hoe vaak en wanneer je wordt ingepland (op je eigen groep én op de andere groepen) wordt bepaald in een nieuw rooster, waarin je voorkeuren worden meegenomen. Daar komen workshops voor. Een aantal locaties is daarmee al gestart, anderen starten pas ergens in 2026. Na je laatste gevolgde workshop duurt het nog drie tot zes maanden voordat je nieuwe rooster ingaat. Het kan dus nog een jaar of langer duren voordat je echt in een ander rooster gaat werken.
De onderlinge samenwerking verbeteren én ervoor zorgen dat de schaarste in sommige groepen met eigen, vaste medewerkers wordt aangepakt, lukt alleen als iedereen meedoet. Iedereen houdt een eigen, vaste locatie of groep. Maar doordat je ook een deel van je tijd ergens anders werkt wordt de gezamenlijke capaciteit het best benut. En omdat je dat structureel doet, word je op die andere groep vanzelf ook een vertrouwd gezicht.
Vanuit je dagbestedingscontract kan je sowieso ook op andere groepen op de dagbesteding werken. Zit je in een cluster met woonlocaties dan wordt er een beroep gedaan op je flexibiliteit. Het is voor de wendbaarheid en de samenwerking in je cluster heel prettig als iedereen bereid is om ook bij andere groepen in te springen.
Dat ligt niet vast in percentages. Het uitgangspunt is: voldoende professionele zorg en ondersteuning op de momenten dat de cliënten dat nodig hebben. De teams in de clusters organiseren hun eigen flexibiliteit en wendbaarheid om dat voor elkaar te krijgen. Hoe, dat is maatwerk per cluster. Wel is het aannemelijk dat het daarbij nodig is dat je als begeleider ook op een andere groep gaat werken, voor een deel van je tijd.
In principe wel. Het is aan de managers om in individuele gevallen het gesprek aan te gaan (bijvoorbeeld als je in een traject zit met de bedrijfsarts). In samenspraak kunnen andere keuzes worden gemaakt (als daar goede redenen voor zijn).
We veranderen niet om te veranderen. Kijk dus vooral wat er nu al goed loopt en koester dat. Wel is het zo dat het werken in clusters een organisatiebrede keuze is. Dat gaan we dus gewoon doen. Dat het nu goed gaat in je bezetting, zegt niets over de toekomst. Iedereen kan te maken krijgen met langdurige ziekte, vertrekkende collega’s of met een andere zorgvraag bij de cliënten. Met het samenwerken in clusters organiseer je flexibiliteit en wendbaarheid, je kunt er onvoorziene situaties bij je eigen team én bij je collegateams mee opvangen.
Je gaat straks werken vanuit een jaarrooster, waarbij je veel verder in de toekomst al weet waar en wanneer je gaat werken. Je rooster wordt voorspelbaarder. Je stelt het samen met je team op, begeleid door een professionele planner. Hiervoor worden workshops georganiseerd met je team en met de teams samen in het cluster. Voor de timing daarvan, zie vraag 2. Natuurlijk blijft het mogelijk om per roosterperiode van drie maanden te kijken naar aanpassingen. Of om diensten te ruilen, zoals dat nu ook al gebeurt.
Roosteren in een cluster met meerdere teams is ingewikkelder dan het plannen van één of een paar teams. Daar zijn professionele planners voor nodig, die ook op de hoogte zijn (en blijven) van wetgeving en cao-bepalingen, die steeds ingewikkelder worden. En die ook over een langere periode kunnen kijken naar piekmomenten in de zorg. Begeleiders die op dit moment het roosterwerk doen naast hun reguliere werk, blijven aanspreekpunt voor de planners.
Het vertrekpunt is dat cliënten voldoende professionele zorg en ondersteuning krijgen, op de momenten dat dat nodig is. Als er in meerdere teams onderling wordt samengewerkt, vergroot je de flexibiliteit en de wendbaarheid van de totale groep. Er kan dan dus meer gebruik worden gemaakt van elkaars capaciteit, waardoor je met minder invalkrachten hoeft te werken. Dat zorgt voor meer stabiliteit in de teams, voor meer ‘vaste gezichten’ voor de cliënt en voor meer werkplezier voor medewerkers.

